Toespraak Fakkeloptocht 10 december 2014 Hans Lammers

 

Toespraak fakkeloptocht Amnesty International- Oosterbeek

 

Vandaag is het 76 jaar geleden dat door de VN de verklaring over de rechten van de mens werd aangenomen. Dat gebeurde kort na de Tweede Wereldoorlog waarin misdaden tegen de menselijkheid op een schaal waren gepleegd die nog niet eerder was voorgekomen. Velen waren erdoor geschokt: dat mocht zich nooit meer herhalen.

 

Maar het herhaalde zich wel, en het herhaalt zich nog steeds… Tot op de dag van vandaag worden over de hele wereld mensen vervolgd, gediscrimineerd, geïntimideerd, opgesloten, gefolterd, monddood gemaakt, vermoord, om wie ze zijn of om wat ze vinden of geloven. De vrijheid waarin wij, hier in West-Europa, al sinds de oorlog mogen leven, is een kostbare vrijheid waarvoor destijds heel wat mensen, ook hier in Oosterbeek, hun leven hebben gegeven. Die vrijheid, die maakt dat ieder van ons zichzelf mag zijn en mag denken en geloven wat we vinden, zolang dat niet ten koste gaat van anderen, die vrijheid is in heel veel landen in gevaar of zelfs al verdwenen.

 

We horen erover en zien er soms beelden van via de TV of andere sociale media, maar het gebeurt allemaal op een afstand. Een enkele keer komt het dichtbij ons, bv. wanneer we horen over het opsluiten van kinderen van asielzoekers, en dan is de verontwaardiging groot en ook de schok dat zoiets in ons land kan gebeuren. Maar meestal vindt de schending van mensenrechten ver van ons bed plaats. En dan kan het zomaar gebeuren dat we er onze schouders bij ophalen: wat kunnen wij daaraan doen? En hebben wij bovendien hier geen andere grote zorgen en problemen die onze aandacht vragen?

 

Als de ontwikkelingen van de laatste tientallen jaren ons één ding hebben geleerd dan is het wel dat de grote problemen – de kloof tussen arm en rijk, de vervuiling van de aarde en ook de schending van de mensenrechten – alleen opgelost kunnen worden op een mondiale basis. Of anders gezegd: als we een betere wereld willen, dan kan dat alleen als we vertrekken vanuit een holistische visie: gerechtigheid, duurzaamheid, menswaardigheid zijn alleen bereikbaar als ze voor alle mensen en voor de hele aarde gerealiseerd worden. En dus mag de schending van de mensenrechten waar ook ter wereld ons niet onverschillig laten, want de mensen die het treft zijn ten diepste verbonden met ons; in de mensen die het treft, treft het uiteindelijk ook onszelf.

 

Daarom blijft het belangrijk dat een organisatie als Amnesty International ons ook vandaag wakker schudt voor het onrecht dat er op zoveel plaatsen op onze aarde aan mensen gebeurt, aan mensen die net zoals wij verlangen naar een goed leven, een leven in vrijheid en geluk. En het blijft kostbaar dat Anmesty ons daarbij heel concrete mogelijkheden aanreikt om iets voor deze medemensen te doen, heel concreet en effectief. Door het tekenen van petities zoals vandaag voor Mohammad Al-Qahtani die zonder eerlijk proces vastzit in Saoedi-Arabië omdat hij een onafhankelijke organisatie heeft opgezet die opkomt voor de rechten van politieke gevangenen. Of door het tekenen van een petitie die ervoor pleit dat het redden van de velen die in wankele bootjes de overtocht maken van Afrika naar Europa zwaarder moet blijven wegen dan het afsluiten van de grenzen op zee. Of door het schrijven van brieven, zoals vandaag op veel plaatsen gebeurt, om bij onderdrukkende regimes aandacht te vragen voor het onrecht dat ze mensen aandoen. Een kleine inspanning, die de moeite meer dan waard is. Want het levert iets op!

 

Dat ontdekte ik zelf toen ik een aantal jaren geleden kennis maakte met Baran, een asielzoeker die na een lange tocht in Wageningen terecht was gekomen. Baran was apotheker in het land waar hij vandaan komt en kwam zodoende vaak in contact met mensen die door de politie of de geheime dienst in elkaar waren geslagen of mishandeld. Baran werd politiek actief en nam deel aan demonstraties waarin opgeroepen werd tot democratische hervormingen. Op een dag werd Baran door de geheime dienst uit zijn huis gehaald, waar zijn vrouw en kinderen in doodsangst achterbleven. Hij werd opgesloten zonder aanklacht of rechtszaak. Baran werd meerdere keren gemarteld. Hij moest allerlei zwaar werk verrichten; de ene keer werd hij daarvoor beloond met een gezonde maaltijd, een andere keer werd zijn werk voor zijn ogen vernield en werd hij in elkaar geslagen. Bij de laatste marteling raakte hij buiten bewustzijn en moest hij hals over kop naar het ziekenhuis waar hij een bijna-dood ervaring had.  Zijn vrouw mocht hem twee keer per jaar bezoeken en vertelde hem dan dat een buitenlandse mensenrechtenorganisatie zich om zijn lot bekommerde en brieven schreef aan het regime waarin gewezen werd op de schending van zijn rechten als mens en waarin zijn vrijlating werd geëist. Voor Baran was het heel belangrijk te weten dat er mensen waren – zelfs al kende hij ze niet – die wisten wat hij doormaakte en zich voor hem inzetten. En het had uiteindelijk effect: omdat het regime het risico niet aandurfde dat Baran zou sterven als gevolg van marteling en dit bekend zou worden, werd hij vrijgelaten en onder huisarrest geplaatst. Baran en zijn gezin werden korte tijd later het land uit gesmokkeld en ze vroegen asiel aan in Nederland. Toen ik Baran vroeg hoe hij het vol had gehouden in de gevangenis zei hij: “Zolang er mensen zijn die zich voor je inzetten, ben je iemand, iemand die telt, die kostbaar is, ook al proberen ze je je menselijkheid af te nemen. Zolang er mensen zijn die zich om jouw lot bekommeren, is er hoop. Daardoor heb ik het volgehouden.”

 

Baran woont nu in Nederland met zijn vrouw en kinderen. Hij heeft veel problemen met zijn gezondheid, maar hij is blij dat hij met zijn gezin in vrijheid leeft en hij geniet van heel veel kleine dingen.

  

Ik ben Barans woorden nooit meer vergeten. In die tijd – het was kort voor het generale pardon er kwam – was er veel discussie over het asielbeleid in Nederland. Tegenstanders van het pardon en van een humaan asielbeleid brachten keer op keer het argument in dat steun aan asielzoekers betekende dat hen valse hoop werd gegeven.  Barans verhaal maakte mij duidelijk wat hoop ten diepste betekent en dat echte hoop niet vals kan zijn. Het is geen concreet uitzicht op een of andere vorm van beter leven of van gerechtigheid of veiligheid; hoop is een perspectief dat te maken heeft met mens-zijn en dat geworteld is in een diep weten wat goed is, wat gerechtigheid betekent, wat vrede inhoudt. Hoop komt voort uit een weten dat die diepste waarden altijd verder reiken en sterker zijn dan welk kwaad of onrecht ook, zolang mensen hun menselijkheid niet verliezen. Vrijwel alle onderdrukkende regimes zijn erop uit mensen hun waardigheid af te nemen, ze te laten geloven dat alles zinloos is en hun hoop geen grond meer heeft. Maar zolang mensen in welke vorm van gevangenschap of onderdrukking dan ook gekend zijn, gezien worden, zolang ze weet hebben van anderen die met hen meeleven en meelijden, zolang behouden ze hun waardigheid, hun mens-zijn en leeft de hoop in hen voort. Solidariteit en betrokkenheid, in de vorm van een ondertekende petitie of van een brief, maakt wel degelijk wat uit, maakt zelfs heel veel uit, het houdt de hoop en de menselijkheid in leven. Als we zo met fakkels licht brengen in het donker van deze avond, dan zeggen we daarmee dat onze solidariteit met mensen van wie het recht op mens-zijn geschonden wordt, een kracht in leven houdt die we hoop noemen en die sterker is dan welk kwaad ook.

 

Ik sluit af met woorden van Vaclav Havel, iemand die jarenlang gevangen zat om zijn mening en die als geen ander de waarde van hoop kan duiden:

Diep in onszelf dragen wij hoop;
Als dat niet het geval is,
is er geen hoop.

 

Hoop is een kwaliteit van de ziel
en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.

 

Hoop is niet
voorspellen of vooruitzien.

 

Het is een gerichtheid van de geest,
een gerichtheid van het hart,
verankerd voorbij de horizon.

 

Hoop in deze diepe en krachtige betekenis
is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat,
of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.

 

Hoop
is ergens voor werken
omdat het goed is,
niet omdat het kans van slagen heeft.

 

Hoop is niet hetzelfde als optimisme;
evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen.
Het is de zekerheid
dat iets zinvol is
onafhankelijk van de afloop,
onafhankelijk van het resultaat.

  

Hans Lammers